3 november 1988

novemberdagen0311

Lief dagboek.

Eigenlijk is het raar om een schriftje lief te noemen en dat het een dagboek gaat worden moet nog blijken. Maar ik kreeg voor mijn verjaardag dit roodfluwelen schriftje. Er zitten gouden lovertjes op. Mama vond het precies een dagboek voor mij. Omdat het aan een toneeldoek doet denken. Ik denk zelf dat ze het gegeven heeft omdat er geen slot op zit zoals bij echte dagboeken, zodat ze er in kan snuffelen. Ik verstop het gewoon steeds op een andere plek.

Lief dagboek, dus.Ik weet nu zeker wat ik wil, na school. Niet dat suffe kantoorwerk zoals papa en ik wil ook niet in De Zorg zoals mama. Ik ben vandaag bij haar in de kliniek geweest omdat ik haar een envelop moest brengen die thuis bij de post was. Sowieso vind ik het op haar werk niet prettig. Al die mensen die ongelukkig zijn, ik zou daar niet tegen kunnen. Ik moest van De Draak wachten alsof ik een klant was. Voor mij zat een jongen, of een man eigenlijk, met een vreemd, lang, wit gezicht. Hij had een meisje bij zich en ik kon meteen zien wat er met haar aan de hand was. Wat was dat kind mager, zo griezelig, verschrikkelijk eng. Ze had rode krullen en hele grote ogen. Ze zal mijn leeftijd zijn, zeker niet ouder. Dat ze niet snapt dat ze knap kan zijn als ze maar niet zo suf bezig is met lijnen. Want dat kon ik zelfs zien, daarvoor hoefde ze niet eens naar mama. Ik hoorde ze praten en het was een lelijk knauwend Engels.   Toen mama de deur open deed heb ik de envelop afgegeven en ben naar huis gegaan. Ik had geen zin om in die deprimerende wachtkamer naar dat skelet te blijven kijken.   Aan tafel vroeg ik ernaar. Mama vertelde dat ze inderdaad Anorexia Nervosa heeft. Dat ze met die man uit Amerika is gekomen, weggelopen van huis. Moet je voorstellen hoe rot je je moet voelen als je van thuis wegloopt met zo’n engerd om in een vreemd land erachter te komen dat je stom aan het vermageren bent! Mama laat haar opnemen zodat ze tenminste wat gaat eten.  Maar ik ben er nu dus helemaal zeker van dat ik naar de hogere hotelschool wil. Ik wil gaan leren en werken in een luxe wereld waar alles mooier is dan in het echt. Want het echte‚ wat is dat lelijk.  Tot morgen lief dagboek. Erin

“Ik wil hier niet alleen blijven, Milton. Je hebt me toch verdomme niet meegenomen naar Europa om me hier achter te laten? Wat moet ik hier? Waarom heb je me erin geluisd?”  Ze begon boos te huilen. De jongeman tegenover haar streek over het dunne pluis dat een baardje zou worden.  “Ash, toe nou. Je bent ziek. Ik heb je nergens ingeluisd. Ik wil alleen dat je mijn mooie meisje weer wordt.. Ze viel hem driftig snikkend in de rede: “Je vind me dus lelijk. Nou, dat is lekker. Je wilt dat ik hier vetgemest wordt, je ziet ze liever dik, je meisjes. En als ik dik genoeg ben heb je een reden om me te dumpen. Als je dat niet nu al doet. Opstandig sloeg ze haar magere armen over elkaar. Snikte hevig. De man schudde zijn hoofd en stak een sigaret op. De vingers van het meisje leken op een klauw toen ze naar de sigaret graaide. Even twijfelde hij om haar de sigaret te geven, dan gaf hij toe. Tenslotte wist hij dat ze straks niet meer zou mogen roken als ze was opgenomen. Dat had de arts van de kliniek verteld, toen hij voor het eerst hier was geweest. Hij zuchtte. Inderdaad wilde hij niets liever dan dat ze zo snel mogelijk opgenomen zou worden.

Hij was bang. Er zou een moment komen dat Ashley niet meer op haar dunne benen kon staan en hij wilde daar niet bij zijn. Deze vlucht was al erg genoeg. Voor de zoveelste keer in een paar etmalen vroeg hij zich af wat hem bezielde om een weggelopen, minderjarig kind mee te nemen. Om die verantwoordelijkheid te nemen. Om deze toestanden op zijn hals te halen; van een vervalst paspoort tot de reis met een luchtziek, broodmager meisje waar hij niets meer voor voelde dan dat hij voor zijn eigen zusjes voelde.    Vanaf het eerste moment dat Ashley zich aan hem vastklampte alsof hij haar vriend was, ging het al fout… De keer dat hij zichzelf na een paar borrels verloor en met haar de nacht had doorgebracht, was de meest stomme zet van zijn leven geweest. Want Ashley zag daar liefde in. En tegelijkertijd een reden om van huis weg te lopen. Terwijl ze op dat moment niets anders was dan een opstandige puber met anorexia. Dat, wat haar welgestelde, erudiete ouders en talentvolle jonge zusje niet wilden zien, zag hij: Ashley hongerde zichzelf uit en zat op een andere planeet.   Het laatste wat hij nu wilde was dat ze een driftaanval zou krijgen, hier in de kille wachtruimte. Dus hij klopte haar geruststellend op de bottige rug van haar trillende hand.   Ze vatte het verkeerd op. Met een fel, geërgerd gebaar trok ze haar hand terug en nam een stevige haal van de sigaret.

Net op het moment dat ze wilde gaan schelden, kwam de vrouw terug die hen eerder te woord had gestaan.  “Gaan jullie nog even mee naar binnen?” vroeg ze, maar het klonk als een bevel.   In de spreekkamer hoorde Ashley dat wat ze vreesde en hoorde Milton dat wat hij hoopte. Over een paar dagen zou Ashley opgenomen worden in de kliniek. “Het heeft geen zin om weer weg te lopen… zei de vrouw vriendelijk maar dringend, terwijl ze Ashley vorsend aankeek. ‚”Je kent hier niets of niemand, je hebt een vals paspoort dus ik kan je laten zoeken en dan wordt het heel simpel een enkele reis terug naar huis. Aan jou de keuze. We gaan je helpen om weer blij te worden maar je moet ons ook de kans geven je te helpen.   “Ze zegt niets over eten, dacht Ashley.   De arts keek naar het kind met een zorgelijke belangstelling. Erin’s leeftijd… Een wereld van verschil. Erin was een gezonde puber met de nodige nukken en grillen. Een kind dat met beide stevige benen op de grond stond. Behalve haar merkwaardige dweperijen met operazangers in plaats van popsterren, was er niets afwijkends aan haar. Erin was een vrolijk, tevreden meisje. Een dochter om trots op te zijn.   Dit kind was triest en straalde afkeer en vijandigheid uit. Was ziekelijk bang om vrouw te worden en door middel van zichzelf doodhongeren hoopte ze papa’s kleine meisje te blijven. Papa speelde een grote rol in dat kleine, benauwde leventje. Terwijl ze tegelijkertijd zo oud wilde zijn dat ze zich als de volwassen vrouw van de nerveuze jongen naast haar opstelde.   Ze zou het meisje door elkaar willen rammelen; willen toeschreeuwen dat ze moest stoppen met zich zo aan te stellen, dat ze moest gaan eten en naar huis moest gaan. Dat ze niet alleen haar eigen leven verziekte maar ook dat van haar ouders en van deze ruggengraatloze jongen die zelf niet wist wat hij wilde.  Ze deed niets van dat alles. Ze maakte wat aantekeningen in het dossier. Schoof haar bril rechter op haar neus.  ‚”Ik zie jullie vrijdagochtend terug voor de opname”. zei ze.   Het meisje huilde geluidloos, met haar vuist gebald tegen haar mond en de jongen was niet in staat om zijn arm troostend om de benige schouders te leggen.

“Intake clënt A. nr. 1394 op 3-11-1988, 14.15 uur.  Clënte A. 16 jaar. 1,72 lang. 35,4 kilo. Hypotensie; 90/60  Temp: 36,3  Amenorroe. Blauwe handen,  Lichte lanugobeharing op rug, borst, armen. Ergo: Anorexia nervosa positief.   Geen correcte patëntenkaart, zo ook afwezig patëntendossier, afwezige verwijzing.  Amerikaanse. Ouders niet separaat. 1 jonger zusje   Cliënte is getroebleerd, onzeker, opstandig, licht agressief.   Van huis weggelopen, op vals paspoort met relatief onbekende begeleider naar Europa gekomen vanaf Newark Int. Airport…
Eerste instantie dilemma voor opname. Gezinsonderzoek niet mogelijk. Idem gezinstherapie. Individueel contact gehad met begeleider. Toestemming voor opname telefonisch verkregen op 3-11-1988 om 16.00 uur.   Intensieve zorg wenselijk, behandeling zowel cognitief als medicatie. Cliënte staat onwillig tegenover afgesproken traject en wordt doorverwezen naar prof. Ludovic.

Lief dagboek.  Nog even.

Toch leuk, zo’n dagboek. Alsof je met een vriendin aan de telefoon hangt zonder dat je wordt tegengesproken.

Het is al 11 uur. Zojuist kwam mama mijn kamer binnen om me welterusten te zeggen. Dat had ik al gedaan toen ik naar boven ging. Toch kwam ze naar boven  toen ik in bed lag te lezen. Het was fijn om samen te praten, zo vaak praten we niet met elkaar. Mama is lief. Toen ze wegging zei ze dat ze blij was dat ik ik ben omdat ze dat meisje uit de praktijk vanmiddag zo’n triest geval vond en ze is maar een jaar ouder dan ik. Ze zei ook nog dat als ik ooit problemen had of bang was over mijn gewicht of mijn vrienden, dat ik altijd bij haar terecht kon… Ze praat nooit over haar patiënten, ze wil ze niet eens patiënt noemen, maar ze vertelde nu toch dat ze het verschrikkelijk vond wat dat meisje met zichzelf had uitgespookt. Laag zelfbeeld en zo. Die enge dokter Ludovic gaat dat meisje behandelen, nou, dan moet je echt wel sterk in je schoenen staan om daar tegen te kunnen. Ik snap niet dat mama dat kind naar hem stuurt en dat zei ik ook. Mama zei dat ze niet anders kon. Dat ze het niet zelf kon. Om mij. Dat snap ik niet maar ik heb het maar zo gelaten. En die ouders van dat kind. Mama had er geen goed woord over maar zei er tegelijk ook niet veel over. Heel dubbel eigenlijk. Maar ik weet genoeg. Ik ken mijn moeder en haar dunne mondje als ze een mening heeft die ze niet wil vertellen aan ons.  Het was fijn om haar even te knuffelen en nu moet ik je goed verstoppen, lief toneelkleurig dagboek, want dit hoeft allemaal niet door haar gelezen te worden.  Erin.

Tags:

Categorieën: novemberdagen - Kortverhalen

Abonneer

Subscribe to our RSS feed and social profiles to receive updates.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: