18 november 2000

novemberdagen1811

Hoppers schilderijen komen zingend tot leven.

kopt een ochtendblad.

Dick Tracy is Dick Johnson in magistrale uitvoering van Het Operahuis

meent een avondkrant.

Fraaie Fanciulla in kleurrijke eenzaamheid.

roept het cultureel katern van een kunstmagazine.

Erin zit in de artiestenfoyer met een cappuccino en tegenover haar zit Franca, haar regieassistente. Samen bladeren ze de kranten door die de afgelopen week op de publiciteitsafdeling van het gezelschap bijeen waren gelegd. Een aantal kritieken had ze al gelezen en ze had er kopieën van gemaakt om naar huis te sturen. Vermoedelijk hadden haar ouders niet alle kranten kunnen kopen waarin haar debuut besproken werd.

De productie van La Fanciulla del West, die gisteren in het Operahuis in première ging, is nu al het absolute hoogtepunt van dit jaar. De jonge regisseur Erin Hamacher heeft het traditionele goudzoekerdrama in een andere jas gestoken en heeft zich daarbij laten inspireren door schilderijen van Edward Hopper en de filmheld “Dick Tracy” Hierdoor werd La Fanciulla verfrissend jong en opmerkelijk actueel. Hamacher schuwde daarbij niet om de sombere sfeer van het Amerika na de drooglegging te benadrukken. Dit kwam vooral in het karakter van Jack Rance, de sheriff (bariton Joachim Verne) en de stamgasten tot uitdrukking. Het geheel is met veel durf in hallucinerende kleurtonen gezet en de regie is onderkoeld en vooral geloofwaardig. Hallucinerend was ook de pokerscene uit de tweede acte. Hamacher heeft dit tot in detail bewerkt, zodat er een werkelijke spanning voelbaar was, niet alleen op het toneel maar het drong zelfs tot de lagere regionen van de orkestbak door. Uiteraard was dit ook te danken aan dirigent Christian Maples die het Opera Orkest virtuoos naar grote hoogten dirigeerde. Minnie (Sopraan Karen Scott) en de bandiet Dick Johnson (tenor Neill Stevens) waren het ideale liefdespaar. Hun stemmen waren aan elkaar gewaagd en ze schitterden beiden in hun rol. Johnson’s aria: “Ch’ella mi creda..” in de derde acte zorgde voor een spontane ovatie. Samengevat heeft de Opera er een zeer talentvolle nieuwe regisseur bij en een productie die zeker een reprise waard is.

“Ongelooflijk, Erin, wat een mooie kritiek. Zie je nu wel dat het een succes is? Die bescheidenheid hoeft echt niet.” zegt Franca, terwijl ze een krant opvouwt. Erin haalt haar schouders op en drinkt haar inmiddels koud geworden koffie op. “Ik vind het eng. Dit is een succes ja, maar als ik hierdoor nog een keer een regieaanvraag krijg, dan val ik vast door de mand. Dat het geluk was, meer niet.” Somber lepelt ze het laatste beetje koffieschuim uit haar kopje. “Het is het zwarte gat. Je hebt de Fanciulla-blues…” constateert Franca. “Je moet vanavond wat leuks gaan doen. De voorstelling draait toch wel. Je weet het… ik wil je niet zien achter het toneel. Als je wilt komen kijken, graag, maar dan als bezoekende gast en niet als regisseur. Want nu is het mijn feestje.” Ze klinkt gedecideerd en dat maakt dat Erin’s stemming nog somberder wordt. “Ik moet gaan. Nog een correctie met de belichter doorpraten voordat we op tournee gaan.” Ze staat op en legt even haar hand op Erin’s schouder. Die denkt nukkig: “Ja, wrijf het er maar in, dat jij de correcties geeft.” Wijselijk houdt ze haar mond en knikt bloedeloos naar Franca.

Men had haar gewaarschuwd dat ze na de première in een zwart gat zou vallen, maar ze had de strekking van die uitdrukking niet eerder begrepen tot deze week. Als regieassistente wist ze maar al te goed dat een regisseur na de première de recensies afwacht en dan de productie verlaat, alles in handen van de assistent achterlatend. Ze heeft er, net als haar collega-regieassistenten een hekel aan als een regisseur toch de voorstellingen daarna komt bekijken en commentaar levert. Nu staat ze zelf aan de andere kant van de lijn en wordt er van haar verwacht dat ze zich niet meer met de productie bemoeit. Maar op dit ogenblik zit ze nog met alle vezels van haar lichaam aan “La Fanciulla” vast en is het losscheuren van alles wat daar mee te maken heeft, een pijnlijk proces. Allereerst heeft ze de eerste paar dagen geen wekker hoeven te zetten. Daardoor ontdekte ze hoe moe ze eigenlijk was. Ze sliep de eerste ochtend tot half twaalf en werd met een schok wakker omdat het gevoelsmatig allang tijd was voor de repetitie. Vervolgens, na een uitgebreide douche en ontbijt, heeft ze zich herhaaldelijk afgevraagd wat ze met haar dag moest gaan doen. Ze heeft pas over twee weken weer een repetitie. Ze zou haar regieboeken kunnen ophalen in de bibliotheek van de opera, maar dat hoeft nog niet.

Ze mist het geroezemoes van de repetities, het proces van zoeken naar de juiste beweging, de juiste maat, de juiste sfeer. Ze mist het getingel van de piano die in de studio de zangers begeleidde. Ze mist de mensen om zich heen, de hele artistieke staf, de solisten, het koor waarmee ze hard werkte maar waarmee ze ook enorm veel plezier heeft gehad. Ze mist de avonden die ze met Ashley doorbracht om ideeën op te doen. Ze mist de spanning van de generale repetities, eerst met het decor en de techniek erbij, dan met het orkest, dan de repetitie waarop alles samenkomt en er zelfs een beperkte groep publiek in de zaal zit. De repetitie die ze nog mocht onderbreken als er fouten waren. Vooral mist ze de kriebel wanneer ze alles tot een vloeiend geheel ziet versmelten, zowel in de studio als later op het toneel. Diep in gedachten staart ze in het lege kopje totdat ze opschrikt doordat er opnieuw een hand op haar schouder wordt gelegd. Als ze opkijkt ziet ze dat het ditmaal Ashley is. “Wat zit jij hier te simmen! Je gezicht lijkt wel een donderwolk. Helemaal niet het stralende gezicht van iemand die de hemel in wordt geprezen door de heren recensenten. Mag ik? “met een hoofdknik wijst ze op de stoel tegenover Erin. Die tovert een pover lachje tevoorschijn. “Franca zegt dat ik lijd aan de Fanciulla-blues. Het zwarte gat..” Ashley grijnst. “Slim opgemerkt van Franca. Daar is een remedie voor. Leuke dingen doen. Afleiding zoeken. Vrije tijd voelen. Museumpje pikken om nieuwe impulsen te krijgen, en zo.” Ze drinkt snel haar vruchtensap op. “Ik moet gaan. Er komt zo een vertegenwoordiger die beeldige miniballetschoentjes aan me probeert te verkopen. Kop op Erin. Hier kom je ook wel weer doorheen. Anders ga ik grof geschut gebruiken en krijg je een abonnement voor de dierentuin.” Erin kan niet anders dan zwichten voor de opgewektheid van Ashley, ondanks dat ze de tweede in een paar minuten is die weg moet vanwege een missie. “Nee laat maar. Ik doe wel mijn best” geeft ze toe. Als Ashley weg is, staat ook Erin op en brengt het lege kopje naar de afruimband. Ze wil de kranten terug brengen naar de publiciteitsafdeling en even kopiëren voor in haar eigen archief.

Bij de lift staat een houten kledingrek. Een kleedster met een verhit gezicht loopt met een tweede rek en zet die ook voor de lift klaar. “Ga maar even tussendoor, hoor. Dit moet allemaal naar de balletstudio op de vierde verdieping.” zegt ze gehaast. “Ik neem ze wel mee. Ik moet toch ook naar boven.” bied Erin aan. Het meisje straalt. “Dat is fijn. Rij ze er boven maar gewoon uit, ik pik ze zo op als ik de andere kisten gehaald heb.” Als de liftdeuren opengaan ziet Erin Neill staan, die vanuit de kelderverdieping kwam. “Hallo, bezwaar tegen een paar kledingrekken?” vraagt ze haar solist. Die helpt de beide kisten de kleine ruimte in. Met een beetje passen en meten past Erin er zelf ook bij. “Waarheen gaat de reis?” vraagt Neill. Erin voelt zich verlegen onder zijn vriendelijke blik. “Naar de balletstudio op de vierde.” Zegt ze snel. “Nu al genoeg van ons? Ben je alweer met iets anders bezig?” vraagt hij plagend. “Nee, nee.” Werp Erin snel tegen. “nee, ik mis jullie juist. Ik weet niet zo goed wat ik met mezelf en met de tijd moet.” Neill buigt zich over de grote, houten krat en eer ze het in de gaten heeft, voelt Erin zijn lippen op haar mond. Zacht. Plagend. Lief. Gek. Heimelijk. Ze zijn al bij de derde verdieping.

De reis naar de hoogte lijkt minuten te duren maar dan klinkt het storende tingeltje van de lift, ten teken dat ze er zijn. “Ik mis jou ook.” zegt Neill eenvoudig als zijn mond weer kan praten.

“Zullen we er vanavond wat aan doen? Samen ergens eten?” vraagt hij snel, terwijl Erin de kisten naar buiten manoeuvreert. Ze beseft dat er vanavond geen voorstelling is. Ze beseft ook dat ze zojuist door een woest aantrekkelijke tenor uit eten is gevraagd. Sterker nog, door dezelfde woest aantrekkelijke tenor is gekust. In de lift. Tussen de kostuums van het ballet.

Haar hart maakt een sprongetje. “Laten we dat doen.” zegt ze braafjes.

Om kwart over acht hebben ze afgesproken in een Italiaans specialiteitenrestaurantje in de Lange Leidsedwarsstraat. Je kunt er prima pizza’s eten, maar voorin hebben ze een ruimte waar de tafels luxe gedekt zijn en waar de kaart mooie, klassiek Italiaanse gerechten belooft. Erin kent alleen de achterkant. Om kwart over acht precies is Neill er. “Aanvang.” breekt hij het ijs en kust Erin op een wang en troont haar mee naar de voorkant. Ze zitten bij het raam en Neill bestelt een fles Barolo. “Daar heb ik al zin in sinds de première, maar we hadden steeds maar een dag ertussen en dan ga ik niet drinken”, zegt hij verduidelijkend. Hij pakt Erin’s hand en streelt even haar vingers. “Je bent zenuwachtig, hé? Je vraagt je af wat je nu ineens overkomt, zo’n zanger die plotseling aan het zoenen slaat.” Hij zoekt haar blik en Erin merkt dat een hinderlijke blos haar kaken verhit. “Zijn jullie Amerikanen allemaal zo direct?” is haar wedervraag. Neill grijnst. “Misschien. Maar ik wil wel dat je weet dat ik je heel bijzonder vind. Iemand om altijd in mijn hart mee te dragen.” De ober komt met de wijn en laat Neill proeven. Dan schenkt hij twee glazen in. Net op het moment dat de man weg is en Neill zich voorover buigt naar Erin, gaat de deur van het restaurant open. “Ik zou je nog wel een keer willen zoenen. Hier. Of in de lift. Of op het toneel. Maar dat moet jij zelf ook willen. Want over een tijdje moet ik weer weg. Zingen in Hamburg. In Parijs. In Philadelphia. En als we dan verslaafd zijn geraakt aan elkaar zoenen, dan is dat verdrietig voor ons allebei.” Zegt hij zacht. Erin kijkt in zijn ogen. Die zijn van een goudkleurig brons met groene stippen. Ze wil niets zeggen, alleen nog een keer zijn mond voelen zoals in de lift. In plaats daarvan schrikt ze op als er iemand naast hun tafeltje staat. “Kijk, dat bedoel ik met het bestrijden van het zwarte gat. Afleiding zoeken.” Ashley’s stem klinkt onverwacht luid. Neill gaat rechtop zitten en herneemt zich het eerst. “We hadden een onderonsje, Erin en ik.” zegt hij en Ashley lacht liefjes. “Dat zag ik. Ik zal jullie niet storen, hoor. Ik wilde alleen even snel iets eten”, haast ze zich om te zeggen. Ze kijkt naar Erin die opnieuw gehinderd wordt door de verraderlijke blos. Dan buigt ze zich voorover. “Eet smakelijk voor straks. En veel plezier” zegt ze hartelijk en loopt naar een tafeltje achterin. “We komen uit dezelfde streek.” Zegt Neill als ze haar allebei nakijken. “Ik mag haar graag” zegt Erin en neemt een slok wijn. “Zullen we…” vraagt Neill en gaat niet verder. “Ja, natuurlijk” antwoordt Erin zonder uitleg. Neill loopt naar achter en Erin wenkt de ober om een couvert bij te dekken.

Met zijn drieën genieten ze van een uitstekende maaltijd met een mooie Barolo. De Fanciulla-blues is verjaagd door een vrije avond in lief gezelschap…

Tags:

Categorieën: novemberdagen - Kortverhalen

Abonneer

Subscribe to our RSS feed and social profiles to receive updates.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: