20 november 2003

novemberdagen2011

Nadat Chuck was overleden, veranderde er veel in het opvanghuis. Margie werd aangesteld om tijdelijk de leiding op zich te nemen totdat de vacature opgevuld zou worden en ondertussen was het een komen en gaan van jonge uitzendkrachten. Rachel, de enige waar Nick nog een hechte band mee had, had al lang geleden haar ontslag genomen om alsnog haar lang gekoesterde wens om een microboerderij te runnen uit te laten komen. Hij had Barbara het afgelopen jaar, sinds ze in Vancouver was gaan werken en wonen, maar sporadisch gezien en had meer brieven geschreven dan ooit.

Lieve Bar,

Wat mis ik je toch en wat voel ik me hier miserabel. Iedere dag dat ik opsta word ik geconfronteerd met het gemis van Chuck en Rachel. Ik kan het niet meer! Ik heb hier helemaal geen vrienden en mis de motivatie en het gevoel waar ik altijd zo op teerde.
Schatje, het is ook niet leuk voor je als ik alleen maar zit te zeuren. Ik draag je foto de hele dag bij me, weet je dat? Ik vind je zo lief en wil eigenlijk iedere dag bij je zijn.
Maar, ik houd het kort want ik bel je ook nog vanavond….ik moest ook deze brief nog even schrijven.
duizend kusjes, en dat dan duizend keer.

Nick

“Hai liefje. Hoe gaat het?”, vraagt Nick als hij Barbara ’s avonds aan de telefoon heeft. “Het gaat goed hoor”, antwoordt ze. “Ik ben zo blij met mijn nieuwe job hier in het ziekenhuis. Ik leer iedere dag weer bij. Zo zie je maar dat je meer in de praktijk leert dan tijdens de opleiding. En met jou dan?”, vraagt ze nu aan Nick. “Ik heb het gevoel dat het niet zo goed met je gaat?”. “Om eerlijk te zijn niet nee. Ik heb je vandaag ook een brief gestuurd waarin ik schrijf dat ik echt een beetje wanhopig word. Ik wil hier weg, Bar. Echt. Ik heb het hier gehad. Ik kan mezelf haast niet meer motiveren en de muren komen op me af. Sinds Chuck is overleden heerst er hier geen eenheid meer, geen kameraadschap of loyaliteit”. “Jeetje”, zegt Barbara. “Het is nu echt over he? Ik bedoel; ik wist wel dat je het niet meer naar je zin had, maar je klinkt nu echt heel triest. Kan ik niet iets voor je doen? Waarom kom je niet gewoon hierheen?”, vraagt ze zomaar in een opwelling. “Naar jou toe?”, gaat Nick verder met een wedervraag. “Wat moet ik daar dan doen, qua werk?”.

“Nou ja, er is toch vast wel een baan voor je?” en terwijl Nick haar wil onderbreken vervolgt ze enthousiast haar verhaal. “Weet je. Ik at gisteravond bij restaurant de ‘Golden Colors’ en de chef zoekt een assistent! Dat is het! Een hartstikke leuke plek met een goede, gevarieerde keuken. Echt wat voor jou”. Nick is even stil en denkt na over het voorstel. “Het is eigenlijk helemaal geen gek idee”, zegt hij en begint een beetje te gniffelen. “Dan zijn wij in ieder geval samen. Helemaal geen gek idee”, zegt ie nog eens.

De volgende dag schrijft Nick een culinair gepassioneerde sollicitatiebrief waarin hij vertelt waarom hij de beste man voor deze job is. Hij fleurt helemaal op door deze nieuwe ontwikkeling en vraagt zichzelf hardop af waarom hij hier niet eerder aan heeft gedacht. “Oh, eindelijk weer bij Barbara zijn en misschien niet meer weg hoeven. Heerlijk”, denkt hij en realiseert zich tegelijkertijd dat hun liefde misschien juist zo sterk is vanwege de afwezigheid in elkaars leven. De lichte angst die ontstaat bij de gedachte dat hun relatie wel eens gevaar zou kunnen lopen als ze eenmaal samen wonen, drukt hij zo gauw mogelijk weer weg. “Het komt vast wel goed”, denkt hij. Vancouver is een mooie stad, weet hij van Barbara en de Canadezen zijn iets meer op Europa gericht dan de eigengereide Amerikanen. Dat is voor Nick, die tenslotte een Nederlandse achtergrond heeft, ook wel een prettig idee.

Als hij drie weken later in Vancouver aankomt, wacht Barbara hem al op. “Mmmm. Smak! Wat fijn om je weer te zien en je te ruiken”, zegt hij en haalt zijn neus nog eens goed op als hij met zijn gezicht onder haar halflange haar vandaan komt. “Heerlijk! Je geur, je zachte huid en je mooie ogen! Ik ben zo blij dat ik je weer voelen kan, liefje” en hij kan zich nauwelijks van haar losmaken. “Je mag nooit meer weggaan.”, zegt ze tegen hem en hij kijkt haar aan. “Nee. Absoluut. Of ik de baan nou krijg of niet; ik ga nooit meer bij je weg. Dan ga ik desnoods wel putjes scheppen.” En ze lachen samen terwijl ze naar het parkeerdek lopen.

“Heb je je baan nou al opgegeven bij de YMCA?” vraagt Barbara. “Min of meer’, antwoordt Nick. “Ik heb aan Margie verteld dat ik naar Vancouver zou gaan voor een sollicitatiegesprek, maar dat ik waarschijnlijk niet meer terug zou keren. Althans, nog één keer dan om mijn spullen op te halen”. “Was dat dan geen probleem voor haar? In de keuken, bedoel ik?” en Barbara geeft Nick de sleutels van de auto zodat hij kan rijden. “Nee, want we hebben sinds een paar weken een uitzendkracht die ook uitstekend de keuken kan bestieren en die wil eventueel wel in vaste dienst komen. Margie zag ook wel dat ik mijn beste tijd heb gehad.”

Nick start de auto, geeft flink gas en rijdt richting downtown Vancouver. Aangezien hij nooit geld had voor een eigen auto, maar het heel leuk vindt om te rijden, cruist hij lekker door de straten van de stad. “Ik rijd vast even langs de Golden Colors als je het goed vindt. Wijs je me de weg?” en Barbara vertelt hem haarfijn en met nauwkeurige precisie waar hij heen moet gaan en binnen twintig minuten staan ze pal voor deur van de Golden Colors. “Wow, wat een gave tent”, roept Nick. “Mooie chique pui. Wat is het? Het lijkt wel gelakt notenhout? Mooi!”. Barbara begint te lachen. “Jaja, rustig aan zeg. Je werkt er nog niet. Kom we gaan naar mijn appartement, nee, óns appartement. Koffie drinken met taart, echte Canadese bosbessentaart door mijzelf gebakken…”. Nick kijkt haar aan en krijgt een gelukzalige lach om zijn mondhoeken. “Wat ben je toch lief. Ik zal je straks uitgebreid bedanken”, zegt hij terwijl hij ondeugend naar haar kijkt.

De volgende dag loopt Nick om klokslag 14:00 uur de voordeur van de Golden Colors binnen, waar hij een sollicitatiegesprek met Chef Ilan heeft. Hij loopt door de prachtige eetzaal en ziet de mooi gedekte tafels op een sublieme wijze verdeeld staan in de ruimte. De gordijnen zijn van een dun materiaal wat wel wat licht doorlaat maar het vooral tempert op een uitermate smaakvolle manier. Statige kaarsen staan in koninklijke kandelaars te wachten om ontstoken te worden. Het valt hem op dat het écru gekleurde servies van een ongekend mooie kwaliteit is en dat je op de rand van het bord in reliëf de initialen ‘GC’ kunt herkennen. Hij loopt langzaam naar achteren en hoort vanuit de keuken een zware mannenstem roepen: “Ja, wie is daar?” Nick loopt nu stevig door naar de keuken om vooral niet de indruk te wekken dat hij er een beetje staat te lanterfanten of onzeker is en stapt geroutineerd door de klapdeurtjes naar binnen. “C’est moi!”, zegt hij met een brutale blik in zijn ogen en het ijs is meteen gebroken. Ilan wil Nick een hand geven, maar stond net een heerlijke roodbaars te fileren. “Uh, ik ben dus Ilan”, zegt hij terwijl hij een doekje zoekt om zijn handen af te vegen. “Laat maar joh”, zegt Nick. “Die hand komt later wel. Ik zal je wel even helpen” en hij stroopt zijn mouwen op, wast zijn handen en pakt de volgende roodbaars uit het ijs. “Ik ben dus Nick”, zegt hij vervolgens. “Maar dat begreep je volgens mij al.”

“Nou welkom. Vertel eens Nick, waar kom je vandaan? Wat kom je doen en waar gaan we naartoe?” en de grote, zware man van zeker twee meter kijkt Nick met een guitig gezicht aan. Nick kijkt wat verbaasd en onzeker, geschrokken van de directe benadering. “Jaha”, zegt Ilan, “die brief ben ik allang weer vergeten. Ik weet dat het me aansprak en dat je enthousiast bent, maar ik wil nu uit jouw mond horen wie je bent, wat je hebt gedaan en wat je bij de Golden Colors gaat doen?”. Nick begrijpt nu wat Ilan bedoelt en vindt het eigenlijk wel bewonderenswaardig zoals hij het sollicitatiegesprek begint. Gewoon, rechtstreeks, op de man af. No nonsense! Nick begint te vertellen: “Tja, waar zal ik beginnen? Mijn ouders zijn van de States naar Nederland verhuisd toen ik nog jong was. Zij waren ooit geëmigreerd van Nederland naar de U.S., maar kregen op middelbare leeftijd toch weer heimwee. Ze waren orthodox christelijk en zo ben ik dus ook opgevoed. Streng, maar wel met respect. De Heer zwaaide de scepter. Mijn vader overleed toen ik nog jong was en mijn moeder werd later ernstig ziek. Ik heb haar een tijd lang verzorgd en ben eigenlijk nooit aan mezelf toegekomen. Toen mijn moeder was overleden en ik mijn opleiding tot kok had afgerond, was er voor mij geen reden meer om in Nederland te blijven en ik wilde alle schepen achter mij verbranden en een nieuw leven starten aan de andere kant van de grote oceaan. Ik kreeg een kans om de keuken te gaan runnen van een opvanghuis voor jongens en heb daar jarenlang met plezier gewerkt. Vorig jaar is mijn baas plotseling overleden en die was als een vader voor me. Ik vind het nog steeds heel moeilijk dat hij er niet meer is. Na zijn dood is mijn werk daar nooit meer zo geworden als voorheen en werd ik steeds ongelukkiger. Daarnaast kreeg ik een relatie met mijn lieve vriendin Barbara, die hier in Vancouver woont en zij kwam met de vacature voor sous-chef in jouw restaurant.” Nick is even stil en kijkt verwachtingsvol naar Ilan, die al die tijd zijn mond heeft gehouden terwijl hij druk bezig was om zijn gefileerde roodbaarzen in te smeren met limoenschaafsel. “Ok”, zegt hij ineens. “En wat kun je voor de GC betekenen?” vraagt hij nogmaals aan Nick. “Tja”, zegt Nick nog even nadenkend over de afkorting die Ilan gebruikt. “Als ik hier zo binnen loop, denk ik dat ík hier vooral heel veel ga leren en in eerste instantie heel hard ga werken, kijken, observeren, ondersteunen en helpen en op den duur hopelijk mee kan denken over de gerechten en het ontwikkelen van nieuwe ideeën voor het restaurant.” Hij kijkt wederom in de richting van Ilan om te zien of dit het juiste antwoord is. Ilan draait zich nu naar Nick toe terwijl hij zijn handen afveegt, kijkt hem strak aan, pakt met beide handen zijn schouders beet en zegt: “Goed jongen. Je hebt de baan. Natuurlijk heb ik je brief goed gelezen en weet ik dat je voor de rest weinig praktijkervaring hebt met het koken in een kwaliteitsrestaurant. Je zou ongeloofwaardig zijn geweest als je had gezegd dat je van meet af aan wel even zou vertellen hoe het allemaal beter zou kunnen. Je wilt hard werken en leren. Dat is your core business. Ik weet altijd meteen wat voor vlees ik in de kuip heb en jij mag blijven!” Nick voelt het: “een nieuwe tijd, een nieuw begin” en hij straalt over zijn hele wezen.

Tags:

Categorieën: novemberdagen - Kortverhalen

Abonneer

Subscribe to our RSS feed and social profiles to receive updates.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: