21 november 2004

novemberdagen2111

Erin kijkt tevreden rond. Haar moeder kan elk ogenblik arriveren. Ze kon niet wachten om het nieuwe appartement van haar dochter te zien. Toch zijn er drie weken overheen gegaan eer ze vrij kon nemen van de kliniek.

Die drie weken waren voor Erin net genoeg om te settelen, om alles naar haar smaak in te richten en om zich thuis te voelen. Het is een hoge etage in de Amsterdamse buurt Oud West. Een statige straat die parallel loopt aan de Overtoom. Erin heeft uitzicht op het oude ziekenhuis. De herenhuizen die de straat markeren, waren vroeger de woningen van artsen en specialisten die dicht bij het ziekenhuis moesten wonen. De met rijk stucwerk versierde plafonds geven aan dat dit een huis van een hoge arts was. De beide, met gietijzeren ornamenten opgewerkte balkons en de fraaie marmeren schouwen in de kamers geven het geheel een monumentaal cachet.

Voor de zoveelste keer loopt Erin naar het raam om te zien of haar moeder er al aankomt.

Het is een half uurtje met de tram vanaf het station en dat betekent dat ze er nu toch wel snel zou moeten zijn. Het is pas de derde keer dat haar moeder het kleine, Limburgse dorpje heeft verlaten om een nachtje bij Erin in Amsterdam door te brengen. Haar vader heeft met de verhuizing geholpen en was erg enthousiast over deze plek, alhoewel hij de huurprijs wel erg hoog vond. Erin heeft geprobeerd hem uit te leggen dat huurwoningen in Amsterdam nou eenmaal erg kostbaar zijn, soms zelfs wel duurder dan een koopappartement.

Haar vader begreep niet dat ze dan niet onmiddellijk overging tot de aankoop van een woning. “Je hebt een vast inkomen, dat moet toch kunnen?” had hij geopperd. Erin had geduldig aangegeven dat ze zich niet aan een hypotheek wilde binden. “Voor het zelfde geld werk ik hier volgend jaar niet meer, of ontmoet ik de man van mijn dromen.” Haar vader had haar even vorsend aangekeken. “Nee, nee, ik wil hier voorlopig niet weg, ik ben heel gelukkig hier. Maar ik wil me niet aan een huis binden”, haastte ze zich om hem gerust te stellen. Dat zei ze toen de verhuisdozen nog onuitgepakt opgestapeld stonden. Nu was ze niet meer zo zeker van die laatste uitspraak. Misschien wilde ze zich ooit juist wel aan dit huis binden. Omdat er een kaart op de schoorsteenmantel stond.

Ik mis je. In gedachten zie ik je rondlopen in “onze” badkamer. Slapen in “onze” slaapkamer. Ik wil je zo graag overal zoenen in “ons” huis. Helemaal legaal omdat het nu van jou is. Snel kom ik je echt overal aanraken, echt naar je luisteren, je echt zien, je echt vasthouden. Tot dan moet je het doen met mijn verlangens op papier.

Maar dat kon ze haar vader niet vertellen.

De bel gaat en Erin rent naar beneden. Haar moeder is er, natte neerslag glinstert op haar nog altijd donkere haren. Erin trekt haar naar binnen. “Heerlijk dat je er bent, Mam. Doe snel je jas uit, het is koud.” Haar moeder omhelst haar liefkozend. “Wat een prachtige buurt! Papa heeft niets teveel gezegd, het is echt heel mooi.” Snel zet Erin de koffie op. Daarna troont ze haar moeder mee door het huis. De ruime keuken, de enorme kamers-en-suite met de mooie glas in lood deuren, Erin’s slaapkamer die een balzaal lijkt. De luxe badkamer met ligbad en aparte douche en de lichte werkkamer. “Voor mij alleen is het een riante ruimte” zegt Erin als ze even later samen op de bank zitten en een kop koffie drinken.

“Je vertelde me aan de telefoon dat je dit huis al kende?” vraagt haar moeder. Er komt een glanzende blos op de wangen van Erin en haar moeder constateert dat ze een beeldschone dochter heeft die wel eens verliefd zou kunnen zijn, zo zacht is de straling in haar ogen plotseling.

“Weet je nog, vier jaar geleden, toen ik mijn eerste regie mocht doen? Ik heb je toch verteld over Neill? De tenor uit mijn productie.” verduidelijkt ze als ze ziet dat haar moeder in haar geheugen moet zoeken. “Ja, je hebt me inderdaad iets over hem verteld. Heel summier.” De blos op Erin’s gezicht verdiept zich. -Haar lichte huid, wat had ze vroeger een hekel aan dat blozen- denkt haar moeder afgeleid. “Ik weet nu na vier jaar nog niet wat er werkelijk tussen Neill en mij is. Er is altijd een spanning tussen ons, dat weet ik wel. Dat voelde ik stiekem al tijdens onze repetities van La Fanciulla.

Ik gooide het op de spanning die er tussen mensen is als er heel intensief wordt samengewerkt. Je wordt altijd een beetje verliefd op je held. Maar je kunt als regisseur niet een verhouding met een van je solisten beginnen. Dat is niet bepaald professioneel. Toch was er iets tussen ons. Heftige aantrekkingskracht. Een vorm van verliefdheid. Alhoewel ik me dat toch altijd anders had voorgesteld, een beetje zoals met Pierre uit het dorp, weet je nog?” Erin’s moeder knikt vertederd. Het eerste vriendje. Erin was tot over haar oren verliefd op dat jongetje en werd woedend als iemand durfde te suggereren dat het een puppyliefde was en misschien niet voor eeuwig zou duren. Toen haar plannen om naar de hotelschool te gaan steeds grotere vormen begonnen aan te nemen, verdween Pierre steeds meer uit het gezichtsveld. Pierre had de meubelzaak van zijn ouders in het dorp overgenomen, was getrouwd met een meisje uit hun oude klas en is nu vader van een tweeling.

Erin neemt een slok van haar koffie. “Wil je al iets sterkers drinken, mam?“ vraagt ze als om zich een houding te geven. Haar moeder schudt haar hoofd. “Straks. Wat was er met dit huis?” herneemt ze het gesprek. Erin moet lachen om de nieuwsgierigheid van haar moeder. Eigenlijk spreken ze elkaar veel te weinig. De afstand is te groot tussen hen. Maar is dat niet Erin’s ‘leidmotief?’

“Dit huis was toen nog van de opera en alle drie de appartementen werden afzonderlijk als tijdelijke woonruimte aan de solisten gegeven. Dat was immers een stuk goedkoper dan steeds drie maanden een aantal luxe hotelkamers afhuren en bovendien,” hier onderbreekt ze haar verhaal even om een laatste slok koffie te nemen, “bovendien is het voor de gasten ook veel prettiger om een beetje een eigen thuis te hebben voor zo’n lange periode. Neill had al eens eerder een productie bij ons gezongen en had toen dit appartement gekregen. Tijdens La Fanciulla kreeg hij het weer toegewezen. In de weken van de voorstellingen ben ik wel eens hier bij hem geweest.” Ze ziet haar dat moeder wil reageren. “Ja, ik heb bij hem geslapen… dat wilde je vragen, toch?” zegt ze vlug. “Vorig jaar was Neill terug voor een Verdi. Hij heeft toen weer hier gelogeerd. Pas begin dit jaar heeft de opera dit huis verkocht aan een stel uit het orkest. En zij hebben het een en ander aangepast zodat het nu op deze manier verhuurd wordt: ongemeubileerd en voor een langere periode dan steeds drie maanden.”

“En Neill?” vraagt haar moeder zacht. “Neill zingt over de hele wereld. Is veelgevraagd, zoals dat heet. Zo nu en dan komt hij een dag of twee over als hij in Londen of Berlijn of Parijs moet zingen. Weet je nog dat ik een lang weekend naar Brussel was in het voorjaar? Dat was omdat Neill daar in La Traviata zong. Dus ja, mama, we hebben wel iets maar ik weet het niet te benoemen. Ik vind het heerlijk om bij hem te zijn, om samen met hem te zijn maar als hij dan weer weg is, dan is na een paar dagen alles weer normaal.”

Erin’s moeder kijkt naar de gracieuze bewegingen van haar kind als die de koffiekopjes opruimt en een fles wijn openmaakt. Ze zet wat olijven, wat gevulde wijnbladeren en kleine stukjes mozzarella met een toefje tapenade neer. Blijkbaar had ze dat al eerder opgemaakt.

Ze weet het gezellig te maken, ze heeft de gastvrijheid in haar vingers die ze voor de zo gewenste carrière in het hotelwezen nodig had. Maar uiteindelijk is ze misschien in haar operawereld beter op haar plaats.

“Je vertelde me ook dat je met dat Amerikaanse meisje optrekt, dat ik ooit in de kliniek heb opgenomen.” Erin schenkt twee glazen wijn in. “Ashley, ja. Ze werkt in het operahuis en ik zie haar vaak. Ook met haar weet ik niet goed wat er tussen ons is. Een bepaalde verbondenheid, vriendschap, ik weet het niet uit te leggen. Het is erg vrijblijvend en Ashley is niet heel erg open. Maar de dingen die ze me vertelt lijken me toch belangrijk voor haar. En dat wat er tussen ons is, lijkt ook belangrijk voor haar. Vreemd genoeg kent zij Neill ook. Niet alleen van hier, maar van vroeger. Soms vraag ik me af of ze niet samen iets hebben gehad, een soort Erin en Pierre, zeg maar. Neill lijkt ook meer te weten van Ashley’s achtergrond, maar zo rechtstreeks als ze allebei kunnen zijn, zo gesloten zijn ze allebei over hun gemeenschappelijke vroeger. Er is volgens mij heel wat meer met Ashley aan de hand geweest dan dat ze ruzie had met haar ouders omdat ze anorexia had. Toch heb ik niet het idee dat er iets amoureus is tussen Neill en Ash, maar misschien is dat ook omdat ik dat niet wil weten. Want ik geef om hen allebei, zie je.”

Erin’s moeder ziet het. Gedeeltelijk. Er is iets zwaars aan deze situatie en haar dochter lijkt daar verdriet van te hebben.

“Weet je Erin, jij was destijds behoorlijk verbolgen omdat ik Ashley naar professor Ludovic verwees. Maar ik had toen al contact met Ashley’s vriendje gehad. Hij had me aangegeven dat Ashley onder behandeling van Ludovic was geweest, dus dat was uiteindelijk wel een logische verwijzing. Ik heb contact moeten zoeken met Ashley’s ouders. Anders had Ashley helemaal niet behandeld kunnen worden. Ze was minderjarig en dan moet er officieel toestemming worden gegeven door een ouder of verzorger. Die kreeg ik telefonisch van haar vader, na heen en weer te hebben gebeld. Tegelijkertijd dat Ashley met die jongen weg was gegaan, had haar vader de gegevens van Ludovic naar mij opgestuurd. Dat was de enveloppe die je toen moest brengen. Die was per ongeluk thuis aangekomen; de secretaresse in Amerika had wat al te goed haar research gedaan. Ashley’s vader heeft vanaf het begin geweten waar ze zat. Sterker nog, hij heeft die jongen, Milton heette hij geloof ik, juist naar ons toegestuurd vanwege dr. Ludovic. Dat was de hele opzet. Milton zou Ashley in vertrouwen meenemen, haar het idee geven dat het een vlucht was, maar uiteindelijk is die hele vlucht en alles door Ashley’s vader geregeld, zodat ze in onze kliniek intern door Ludovic behandeld zou worden. Ik vond het nogal omslachtig om je kind op een ander continent van haar ziekte af te helpen maar de man was misschien wanhopig en had al zijn kaarten op Ludovic ingezet. En hij had het geld om iedereen naar zijn pijpen te laten dansen. Ik weet niet veel van het prille verleden van Ashley, maar wel dat het een gezin was waar de moeder niet veel te vertellen had omdat de vader dat al deed. De moeder was balletdanseres maar heeft haar carrière voor de vader opgegeven. Het zusje was nog klein toen Ashley ziek werd. Natuurlijk weet ik er niet het fijne van, maar volgens mij zat er heel wat meer achter dan dat ik zo uit de papieren kon opmaken.”

Erin is in gedachten geraakt door het verhaal van haar moeder. Dan zegt ze: “Ik denk dat ik met deze wetenschap niets verder kom. Ik zal er pas met Ashley over kunnen praten als ze er zelf over begint. Maar dat haar vader zo de touwtjes in handen hield en jou daarin betrok, dat begrijp ik niet…”

Tags:

Categorieën: novemberdagen - Kortverhalen

Abonneer

Subscribe to our RSS feed and social profiles to receive updates.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: