26 november 2008

novemberdagen26112008

Nick voelt zich al de hele dag onrustig. Ondanks het feit dat hij vannacht wél goed heeft geslapen en de voorbereidingen voor het diner gesmeerd lopen, is hij niet in zijn sas. Een soort onheilspellend gevoel wat van binnen zeurt en maar niet weg wil gaan. “Ach, misschien komt het wel door alle drukte”, denkt hij. Vanaf negen uur vanochtend is het al een komen en gaan van mensen. Pers, leveranciers, werknemers, schoonmakers, nog een klusjesman voor de laatste puntjes.

Al die onrust om hem heen werkt niet bepaald mee. “Ik zal blij zijn als het diner wordt geserveerd”, mijmert hij verder. “Dat iedereen lekker aan tafel zit en het restaurant officieel is geopend. Dan kunnen we tenminste echt aan de slag!” concludeert hij terwijl hij op professionele wijze de groente snijdt.

Hij moet ook wel veel aan Barbara denken. Sinds ze vier maanden geleden heeft gehoord dat er voor haar geen vooraanstaande rol is weggelegd in The Lighthouse, is ze niet meer te genieten. Ze vertelt wel tig keer per dag dat ze zo baalt dat ze haar baan heeft opgegeven en dat ze hun appartement al hebben verkocht. Als het aan haar had gelegen was zij uiteindelijk in Seattle gebleven en was ze in het weekeinde of wanneer ze vrij had, overgekomen naar Port Townsend. Nee, Barbara had geen goed woord over voor de gehele gang van zaken en had zelfs haar vader wekenlang genegeerd. Híj was toch degene die haar min of meer ‘vergeten’ was te vertellen dat ze slechts een klein aandeel in het restaurant heeft en maar een halve vinger in de pap.

Daarnaast kan ze Lisa niet luchten en dat is iets waar Nick ook wel moeite mee heeft; Lisa die twee en een half jaar geleden in de Golden Colors nog als stagiaire onder hem werkte, is nu ineens zijn baas. Aan de andere kant is hij wel opgelucht dat hij nu niet de eindverantwoordelijkheid draagt in het geval er iets mis gaat. Hij kan zich nu volledig op de keuken richten en het is dan wel de bedoeling dat ze het ‘samen’ doen; in de praktijk is dat toch niet zo. In die zin is het voor hem ook wel een teleurstelling, want hij wilde eigenlijk niets liever dan zijn eigen, kleine restaurantje. Maar goed. “Je moet een gegeven paard niet in de bek kijken”, denkt hij wijselijk en werkt hard door om alles op tijd af te krijgen. Zijn grootste vreugde komt op dit moment van het werken met de jongeren die via het tewerkstellingsproject bij hen terecht zijn gekomen. Het doet hem weer denken aan vroeger. Aan zijn tijd bij de YMCA. Aan Chuck die toch wel zijn grote held is en de ‘guys’, zoals Chuck ze altijd noemde. Nick betrapt zichzelf de laatste dagen ook al op het bezigen van die term als hij zijn keukenhulpjes toespreekt.

“Nick, Nick?”, roept Lisa. “Lopen we op schema?” en er klinkt nog steeds iets van wantrouwen in haar stem. “Sure”, antwoordt hij. “Als het aan mij ligt, openen we vandaag nog een tweede restaurant” en er wordt door iedereen smakelijk gelachen. Er staat vanavond wild op het menu in de vorm van reebiefstuk en die moet vooral niet overdone en doorgeslagen zijn. Het zijn mooie stukken vlees die Nick samen met Lisa heeft ingekocht. Mals en dieprood van kleur. “Deze biefstukjes zijn zo mooi dat je ze bijna niet kunt verpesten”, zegt hij tegen een van de jonge keukenklerken die hem leergierig op de vingers kijkt. “Mooi”, zegt de jonge gast en staat bijna te kwijlen van de trek. “Nee, niets daarvan. Afblijven”, zegt Nick weer. “Vanavond, dan mag je proeven. Over een uur zullen de gasten wel komen en zal er geproost worden met een Kir Royale. Oh ja, misschien wil jij vast de Crème de Cassis uit de drankkelder halen? En kijk of de champagne koud staat!” De jongen loopt als een mak lammetje naar beneden. Als alle voorbereidingen eindelijk klaar zijn gaat Nick naar de B&B om zich om te kleden. Aangezien Barbara en hij nog geen woning hebben gevonden, verblijven ze tijdelijk in een kamer van de B&B. Voor de gelegenheid heeft hij zijn trouwpak nog maar eens uit de kast gehaald en trekt deze met verve aan. Als hij zichzelf, een jaar na dato, weer in zijn trouwpak in de spiegel ziet, beginnen zijn ogen toch ietwat te tranen. “Een jaar geleden pas”, denkt hij. “En nu dit weer. De opening van een restaurant”. De tweeslachtigheid en melancholie overheersen van binnen. Hij is blij om weer aan de slag te gaan, maar maakt zich tevens zorgen om Barbara. Hij is bang om haar te verliezen. “Straks gaat ze terug naar Seattle en verlaat ze me of geeft ze mij de schuld van haar miserie”. Hij kijkt zichzelf nog eens in de ogen en probeert zich te vermannen. “Op naar de gasten”, denkt hij en loopt als een trotse pauw naar de entree van The Lighthouse.

“Waar bleef je nou?”, zegt Lisa als ze Nick aan ziet komen. “Oh, ik heb me even omgekleed. Heb je Barbara al gezien?”, retourneert hij een vraag en Lisa maakt met haar armen een breed gebaar waaruit blijkt dat ze het niet weet of niet wil weten. “Ah, daar ben je”, hoort hij plotseling achter zich en Barbara plukt en passant een haar van zijn schouder. “Het blijft een mooi pak”, zegt ze en geeft hem een kus. “Heb je mijn ouders al gezien?”, vraagt ze nu. “Nee. Nog niet. Ik neem aan dat ze ieder moment kunnen komen”. De gasten druppelen binnen en Lisa, Nick, Barbara, Joy en Keith verwelkomen iedereen met een chic glas Kir Royal. Familie, vrienden en genodigden arriveren en zelfs een hooggeplaatst persoon van City Hall wordt vriendelijk binnengehaald.

Dan hoort Nick Glenn al praten voordat hij überhaupt het etablissement is binnengestapt. “Well honey, let’s see what these kids have prepared for us!”, roept hij tegen zijn vrouw en alle in de buurt staande gasten kijken geërgerd om. Aangezien Glenn en zijn vrouw blijven overnachten, heeft hij klaarblijkelijk al enkele Bourbons achterover geslagen en gedraagt hij zich nog uitbundiger dan gebruikelijk. Voordat Nick het doorheeft krijgt hij voor het eerst van zijn leven een ‘hug’ van zijn schoonvader en verstijft in zijn armen. “Hi Glenn, how are you?”, kan hij nog net uitbrengen en doet nog maar eens een extra stapje achteruit. Nick schrikt van de weerzin die deze begroeting bij hem oproept en voelt zelfs een gevoel van walging in zijn maag. “Nooit, nee nooit had Glenn hem met enig respect behandeld of zijn waardering voor hem uitgesproken en nu dit”, denkt hij en het onrustige gevoel wat hij de hele dag al heeft wordt ontstoken tot een lichte woede die begint te smeulen in zijn hart. Hij realiseert zich dat hij eigenlijk zo’n verschrikkelijke hekel heeft aan Glenn en zijn dominante gedrag. De manier waarop hij over alles en iedereen heen walst en zelfs zijn eigen dochter voor de gek heeft gehouden. Hoe denigrerend hij tegen Chuck deed tijdens zijn bezoek aan de YMCA. Onder het mom van liefdadigheid en goedbedoelde giften wordt alles maar geaccepteerd. Nick bedenkt zich dat Glenn eigenlijk alle eigenschappen bevat die hij verafschuwt in een mens. Zijn pupillen worden groot en hij vindt het beangstigend dat er zo’n kwaadaardige trilling door hem heen gaat.

Dit had hij al lang niet meer gevoeld. Voor de laatste keer toen hij acht jaar was. Zijn vader was met hem gaan fietsen en wilde steeds een wedstrijdje doen. Nick had natuurlijk veel te korte beentjes en kon niet tegen de grote sterke spieren van zijn vader op. En vader bleef maar doorgaan. Op de dijk, langs de weilanden. Overal wilde vader net een stukje vóór Nick blijven fietsen totdat het hem zo frustreerde dat hij krijsend van zijn fietsje afviel en daar zeker tien minuten bleef liggen schreeuwen. Iedereen was verbaasd. Niemand had gedacht dat de lieve, kleine Nick tot zulk gedrag in staat was. “Vreemd”, denkt Nick. “Mijn vader was af en toe net zo’n man als Glenn, maar van hem hield ik tenminste nog.”

Als alle gasten binnen zijn, wordt er getoast. De glazen klinken langs alle kanten en de complimentjes zijn niet van de lucht. Alle aanwezigen vinden het restaurant een prachtig voorbeeld van modern horecaondernemerschap en men verheugt zich op het feestmaal. Alles loopt gesmeerd en op rolletjes. Precies zoals Lisa en Joy het hadden gepland. Er is niets aan het toeval overgelaten, behalve de ‘bijna-dronkenschap’ van Glenn. Deze was niet ingecalculeerd. Glenn heeft tijdens het diner voortdurend het hoogste woord en pocht over zijn geld en liefdadigheid. Over zijn jeugd bij de YMCA en zijn aandeel in het restaurant. Zijn opmerkingen vliegen door de lucht en treffen Nick en de aanwezigen. “Jaha, mijn schoonzoon kan niet veel, maar hij kan wel koken, hahaha!”, is een van zijn zinnen en je hoort het krommen van tenen onder de tafels. “Het wordt tijd dat mijn dochter nu maar eens zwanger wordt”, is een andere zin en Barbara kijkt verwonderd op. “Over welke dochter heb je het eigenlijk, vader?”, sneert ze terug en de sfeer wordt steeds grimmiger. Kris verdwijnt allengs naar het toilet en Barbara volgt in haar kielzog. Steeds meer gasten verlaten vroegtijdig de zo perfect begonnen avond en Glenn roept waarom iedereen zo vroeg weggaat.

Drie uur later, half twee ’s nachts. Het is doodstil in de B&B en The Lighthouse. Iedereen ligt op bed, behalve Nick. Hij kan niet slapen en is het restaurant weer in gegaan, naar de keuken. Naar het domein waar hij zich prettig voelt. Het onrustige gevoel dwaalt nog steeds door zijn wezen. “Ik kan beter voorbereidingen voor morgen treffen in plaats van naar het plafond te staren”, had hij gedacht en hij had besloten de lamsrug, die voor de volgende dag bedoeld is, vast te marineren en in de oven te laten garen. “Hoe langer hoe beter”, denkt hij terwijl hij de lamsrug staat te kruiden en te zouten. Als hij diep in gedachten verzonken is over hetgeen er die avond gebeurde, ziet hij ineens twee pantoffels naast hem op de grond. Hij kijkt omhoog en herkent direct de grove contouren van zijn schoonvader. “Glenn. Goedemorgen”, zegt Nick zeer koeltjes. “Wat kan ik voor je doen?” en Glenn kijkt hem alleen maar aan. Hij kijkt Nick zelfs zolang aan dat deze er een ongemakkelijk gevoel van krijgt. “Wat sta je te kijken Glenn? Wat is er?” en Glenn begint door de keuken te paraderen. Net zoals toen. Die eerste keer in de YMCA. Toen hij bij Nick in de keuken kwam en zich als een koning in zijn rijk waande. Toen durfde Nick hem nog net te beletten om met zijn handen aan de deksel van een pan te komen, maar dat zou hij nu ook niet meer doen.

Nick volgt vanuit zijn ooghoek de bewegingen van Glenn die werkelijk als een heerser over zijn onderdanen kijkt. En ineens begint Glenn te praten: “Wist jij Nick, dat die zogenaamde ‘held’ van jou, die Chuck, eigenlijk een ex-gebruiker was en door mijn toedoen nog een goede toekomst heeft gekregen? Wist je dat?” Nick doet zijn mond open om iets te zeggen, maar terwijl Glenn verder door de keuken schuifelt, zegt hij: “Nee, zeg maar niks. Je weet het niet. Net zoals zoveel andere dingen die je niet weet Nick. Zoals over ons gezin, mij, Kris, Barbara en over Ashley. Over Ashley ja. Nee, dat weet Barbara geeneens. En jij, jij bent er simpelweg te eenvoudig voor. Ja. Dat is het; je bent gewoon te eenvoudig om maar iets te kunnen weten.”

Nick voelt dat het onrustige gevoel wat ’s avonds in beginnende woede was veranderd en eerst nog smeulde, als een aangenaam riekend haardvuur, ontsteekt nu tot een zee van onbeheersbare gekte die zijn weerga niet kent. “Glenn…”, probeert hij er nu beheerst tussen te komen. “Nee. Shut up!”, roept Glenn. “Laat me uitspreken. Ik weet wel hoe jij over me denkt, mannetje” en hij komt nu heel dicht voor Nick staan met zijn neus bijna tegen de zijne. “Jij vindt mij maar een grote dominante klootzak die met zijn geld een beetje liefdadigheid probeert te kopen. Nou. Ik kan je vertellen: you’re fucking right! Ik heb niets, maar dan ook niets in mijn leven voor niets gekregen. Ik heb er keihard voor gevochten en gewerkt. Dat ik als kind geen liefde heb gekend kan ik niet helpen. Ik moest roeien met de riemen die ik had. En zo’n loser als die Chuck, die JIJ nota bene zo bewondert, kon helemaal niets, Nick! Ik heb hem met kop en kont uit de goot gehaald. Jahaaa. Dat wist je niet he? Goddamned!” Nick staart Glenn nu alleen nog maar aan. Zijn pupillen worden groter dan ooit en het bloed trekt uit zijn gezicht. “Hoe had hij dit kunnen laten gebeuren?”, denkt ie in een flits. “Hoe heeft hij jarenlang mensen zoals Glenn zijn leven en zijn gedachten kunnen laten bepalen?”

Dan doet hij zijn mond open, neemt een hap adem en schreeuwt als een bezetene: “Hoe durf je? Hoe durf je mijn beste vriend, mijn beste makker, die verdomme dood is, zo te vernederen? Je bent een respectloos monster. Gatverdamme!” en Nick staat te trillen als een drilboor met overuren. Glenn begint geniepig te lachen en doet er nog een schepje bovenop. “Weet je wat het is jochie? Jij kunt geeneens kwaad worden, want daar ben je te eenvoudig voor! Je bent al net zo’n looser als die Chuck. I’m glad he is gone!” en met die vier woorden heeft Glenn uiteindelijk het noodlot over zichzelf uitgeroepen. Er is geen houden meer aan. Dit verhaal moest op dit punt komen. Hoe dan ook.

“One way or the other, he’s gonna die”, schiet er door Nick zijn hoofd en hij pakt de lamsrug stevig beet. Zonder nadenken zwaait hij met een onmetelijk kracht de harde, vlezige rug naar het hoofd van Glenn en deze landt precies op zijn rechterslaap. Glenn zakt in elkaar. Als een plumpudding van een goedkoop merk zakt hij tragisch ter aarde. Hij ligt op de grond en Nick staat, voor zijn gevoel, minutenlang alleen maar naar zijn schoonvader te staren die levenloos op de koude tegels van de keukenvloer ligt. Als het piepje van de oven gaat, waar de lamsrug een warm onthaal zal wachten, komt hij enigszins bij zinnen en wordt zich bewust van de ernst van het zojuist gebeurde. Als vanzelfsprekend doet hij de rug in de oven en wrijft met een stukje papier de stukjes kruiden, zout en olijfolie van de slaap van zijn schoonvader. Als hij wrijft voelt hij ook geen hartslag meer. “Hij is echt dood”, denkt hij nu. “Onvermijdelijk, onherroepelijk dood. Jezus!! Wat heb ik gedaan?” en als een déjà vu denkt hij aan het beroemde verhaal van Roald Dahl: “Lamb to the Slaughter”.

Hij smeert een beetje boter onder de linkerpantoffel van Glenn en smeert ook een beetje op de tegels. “Ja. Zo is hij overleden”, denkt hij. “Hij is met zijn aangeschoten kop hier binnen komen stieren om mij er nog eens flink verbaal van langs te geven, is over een achtergebleven boterklont uitgegleden en vervolgens met zijn slaap tegen de metalen wand aan gevallen.”

Nick rent de keuken uit naar de dichtstbijzijnde telefoon en belt 911.

Tags:

Categorieën: novemberdagen - Kortverhalen

Abonneer

Subscribe to our RSS feed and social profiles to receive updates.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: